Bij God is altijd plaats (en in daladala’s vaak niet)

[20 september 2014 – For Englisch scroll down]

‘Conducteurs van daladala’s [minibusjes] zeggen: “Kom maar binnen, er is nog plaats”, terwijl er helemaal geen plaats meer is. Maar Jezus is niet zo. Als Hij zegt: “Kom bij Mij, bij Mij is er plaats voor jou”, dan is er ook echt plaats.’

Die mooie boodschap hoorden we in de kerk hier vlakbij. In dit bericht een impressie van die dienst. Maar eerst iets over Swahili en Tanzaniaanse cultuur.

 

Trouwen
Swahili heeft twee woorden voor trouwen. Voor mannen wordt ‘oa’ gebruikt, ‘trouwen’. Maar voor vrouwen wordt ‘olewa’ gebruikt ‘getrouwd worden’. Hierin is weerspiegeld dat het initiatief voor een huwelijkssluiting bij de (familie van de) man ligt. Hij gaat naar de beoogde schoonfamilie toe en vraagt om te mogen trouwen met de dochter.
Vervolgens schrijft hij een officiële brief waarin hij vraagt of hij ‘geboren mag worden in de schoonfamilie’. Met andere woorden: of hij mag trouwen met de dochter en zo deel mag worden van de schoonfamilie.
Als dat allemaal in kannen en kruiken is, verloopt het verder vaak als volgt:

  1. De familie van de bruid geeft een brief met alle benodigdheden voor de bruiloft: vlees, groente, rijst, ugali, maïs, olie, etc.
  2. De familie van de bruidegom levert de dingen van deze boodschappenlijst aan. Er is één maar: de familie van de bruidegom moet niet met alles komen aanzetten. Het is beter niet alles te kopen. Zo communiceert men aan de familie van de bruid dat niet aan al hun eisen kon worden voldaan. Kortom: de familie van de bruidegom erkent afhankelijk te zijn van de genade en gulheid van de bruidsfamilie.
  3. Vervolgens wordt er vóór de bruiloft onderhandeld: van de bestelde 10 kilo rijst is er maar 7 aangeleverd. De bruidsfamilie komt nu met een tegenvoorstel: ‘Jullie hebben niet alles meegebracht, maar we accepteren het als jullie nog 100.000 shilling op tafel leggen.’
  4. Dan probeert de bruidegomsfamilie het geld bij elkaar te krijgen, maar alweer: de bedoeling is dat ze het bedrag niet precies kunnen voldoen, maar dat ze tekortkomen. Dus komen ze met bijvoorbeeld 70.000 shilling weer bij de andere familie.
  5. Die strijkt vervolgens met de hand over het hart, maar staat er wel op dat die resterende 30.000 in de toekomst wordt betaald. Wat uiteindelijk niet echt hoeft te gebeuren.

Kortom: deze bruiloftsvoorbereidingen hebben eigenlijk het patroon van onderhandelen over de prijs van iets wat je op de markt koopt. De verkoper (= familie bruid) noemt een prijs (= lijst met boodschappen), de koper (= familie bruidegom) doet een tegenvoorstel (= de spullen die daadwerkelijk worden aangeschaft t.b.v. de bruiloft), etc.

 

De familie van de bruidegom erkent afhankelijk te zijn van de genade en gulheid van de bruidsfamilie.

 

Kerk
In de afgelopen weken zijn we in verschillende kerken geweest. In Dar es Salaam, maar ook in Iringa. We zijn in twee verschillende internationale kerken geweest, met als voertaal Engels en met liederen die ons meestal bekend waren. Maar we zijn inmiddels ook in enkele lokale kerken geweest. De laatste keer was vlakbij onze camping, dus we konden erheen lopen. Een impressie.

In een verkeerd vak!
Vlak nadat we zijn binnengekomen heeft men voor ons een tolk gevonden. Iemand die Engels kan en ons uitlegt wat er gebeurt en gezegd wordt.
Als we ons hebben neergezet op de Hartman-achtige stoelen, dringt het tot ons door dat rechts van ons wel erg veel mannen zitten, en om ons heen wel erg veel vrouwen. Sterker nog: rechts alleen mannen en om ons heen alleen vrouwen. Dus is Michiel per ongeluk in het vrouwenvak terechtgekomen. Onze tolk verzekert ons dat dit geen probleem is, omdat we gasten zijn.
In een vak achter ons zit een grote groep kinderen muisstil en af en toe glurend naar die gekke mensen voor hen.

Heupwiegen
We hebben inmiddels al enkele diensten hier meegemaakt, dus de structuur van de dienst begint een beetje bekend te worden: onder leiding van verschillende zeer muzikale koortjes en voorzangers zingen, klappen en heupwiegen we ongeveer 45 minuten. Af en toe vang je enkele woorden of een zin op waarvan je denkt: ‘He, leuk, ik snap wat ik zing.’ Voordeel is ook dat herhaling een belangrijk element is in de liederen. Genoeg tijd om na te denken over wat het zou kunnen betekenen.

Gebed, collectes, mededelingen en Bijbellezingen volgen, terwijl vlak naast me iemand de krant leest. Vervolgens is er de preek. De man die even hiervoor nog enthousiast en met veel gevoel voor ritme stond te zingen en klappen, stapt naar voren en blijkt de dominee te zijn.

God is geen conducteur
De dominee is energiek, beweeglijk en heeft absoluut geen versterking nodig (die is er hier overigens ook niet), al weet hij zijn volume ook omlaag te brengen. Af en toe beeldt hij iets uit of gebruikt hij verschillende stemmen, vermoedelijk om gesprekken na te spelen. Ongeveer elke halve minuut roept de dominee de gemeente op: ‘Bwana Yesu asifiwe’, ‘Laat de Heer Jezus geprezen zijn!’ Die uitspraak kenden we al, dus we reageren met ‘Amen’. Soms klinkt de oproep vanachter de katheder nog een keer, vermoedelijk om nog meer enthousiasme bij de gemeente los te maken.

De boodschap die we van de dominee via de tolk meekrijgen is bemoedigend en geeft verwondering: hoe mooi is het om hier hetzelfde evangelie te horen! Een citaat uit de preek dat een indruk geeft van de boodschap:

‘Conducteurs van daladala’s [minibusjes die hier het belangrijkste OV zijn en die vrijwel altijd tot proppen toe vol zitten] zeggen: “Kom maar binnen, er is nog plaats”, terwijl er helemaal geen plaats meer is. Maar Jezus is niet zo. Als Hij zegt: “Kom bij Mij, bij Mij is er plaats voor jou”, dan is er ook echt plaats.’

 

Wil je meedanken en -bidden voor:

Dank:

  • gezondheid en energie om te studeren,
  • het feit dat we elke dag veel leren en dat we hierdoor gemotiveerd blijven,
  • de goede contacten met leraren, medestudenten en personeel op de camping.

 

Gebed:

  • dat we op deze plek getuigen mogen zijn van Christus,
  • voor kerken in Tanzania, dat ze een licht mogen zijn voor mensen die God nog niet kennen.

 


Language and church

Swahili is a very enjoyable and interesting language. One of the most interesting things is to see how language and culture interact. For example: going out and having a good time can be translated ad ‘kula kuku’ in Swahili: ‘eating chicken’. This shows that eaten chicken is a treat and is something special.
Apart from learning Swahili, which keeps us busy six days a week, we have been able to visit different churches around Iringa. One is the international church in town. Another one is a Swahili-speaking congregation, close to the campsite where we are living.
We really enjoyed the fact that we could join a member of the personnel here and go to that church. During the service somebody explained in English what was happening and what the songs and sermon were about. We like to share one important thing the pastor told us:

‘Conductors of daladalas [mini-buses, the most important means of public transport here; these buses are always packed with people] tend to say: “Take this bus, because there is still a place for you”, but there is no place anymore.

Jesus is not like that. When He says: “Come to Me, with Me there is a place for you”, He means what He says: there is always a place for you with Jesus.’