Van Dar naar Iringa

[27 augustus 2014 – For Englisch scroll down]

Van Dar naar Iringa is van warm en broeierig naar aangenaam koel. Van miljoenenstad naar platteland. Van een guesthouse naar een camping met zogenaamde banda’s. Van toeterende bussen naar kwetterende vogels en blaffende honden.
Inmiddels zijn we ruim een week in Iringa. We hebben de eerste intensieve dagen van Swahili-les achter de rug. Over Iringa straks meer, maar eerst nog een greep uit de tweede en derde week van de oriëntatiecursus die we in Dar hadden.

Geld en geloof
In een rollenspel ervoeren we iets van hoe anders mensen hier met geld omgaan en over geld denken: geld is iets van de gemeenschap, en geen eigendom van losse individuen. En geld is ook geen onuitputtelijke bron. Dus als jij meer krijgt, betekent dat dat de ander minder krijgt. Dit geeft jou de verantwoordelijkheid de ander hulp te bieden als die dat nodig heeft.
We kregen ook les over de vraag hoe het komt dat zoveel mensen in Tanzania, ook christenen, zoveel bezig zijn met vervloekingen, geesten en demonen. En waarom stellen mensen hier vaak de vraag: ‘Wie is de oorzaak van mijn ziekte/werkloosheid/armoede?’, in plaats van ‘Wat is de oorzaak…’
En er waren nog veel meer onderwerpen: auto-onderhoud, verkeer, politiek, geschiedenis, et cetera.


Amazing Race
In de laatste week hadden de cursusleiders nog een mooie opdracht in petto. Ingedeeld in vier verschillende teams moesten we binnen 2,5 uur allerlei opdrachten uitvoeren in Dar:

  • Gebruik in ieder geval één keer taxi, bajaj en dalla dalla (=minibus) als vervoermiddel.
  • Koop sleutelhangers voor een zo laag mogelijke prijs op die-en-die markt.
  • Wat staat er op de rotonde op kruispunt zus-en-zo?
  • Ga naar postkantoor Kawe en zoek uit wat het kost om een brief van 15 gram naar de VS te sturen.
  • Schrijf zoveel mogelijk namen op van banken en tankstations die je tegenkomt.
  • Koop tegoed voor je mobiele telefoon en laad ‘m op.
  • Koop tegoed voor een energierekening.

Kortom: een ontzettend leuke (en intensieve!) manier om allerlei dingen uit de lessen in praktijk te zien en brengen. En een goede kans om nog meer Swahili te leren.

Naar Iringa
Op vrijdag 15 augustus namen we de bus naar Iringa, een stad zo’n 500 km landinwaarts. De reis was bijzonder: van de onorthodoxe inhaalmanoeuvres van de chauffeur tot de preek en het gebed van een van de passagiers. Van de giraffes en zebra’s langs de weg tot de leuke verkooppraatjes van verkopers die her en der een stukje in de bus meereden.
De toiletpauze was trouwens ook opmerkelijk. De reis duurde 8 uur. De chauffeur veronderstelde dat iedereen in staat was vier uur lang zonder toiletbezoek te kunnen. En toen we eenmaal de kans kregen naar het toilet te gaan, was het een race tegen de klok. Snel, snel, snel, anders liep je het risico achtergelaten te worden. Bij navraag bleek de mogelijke reden voor deze haast: als de bus het tijdschema niet haalt, kunnen de chauffeur en het andere personeel fluiten naar een bonus.

 

De reis was bijzonder: van de onorthodoxe inhaalmanoeuvres van de chauffeur tot de preek en het gebed van een van de passagiers. Van de giraffes en zebra’s langs de weg tot de leuke verkooppraatjes van verkopers die her en der een stukje in bus meereden.

 

Chakula kitamu sana!
En nu zijn we dus in Iringa. We hopen hier tot half november te zijn, ‘Mungu akipenda’ (als God het wil).
De taalschool is ongeveer 12 km ten noordwesten van de stad. De plek is erg mooi. Enkele steekwoorden:

  • bergen,
  • een rivier,
  • veel bijzondere vogels,
  • hagedissen,
  • heerlijk weer (vergelijkbaar met nazomerdagen in Nederland),
  • een heldere sterrenhemel,
  • gelukkig nog geen slangen,
  • en een volleybalveld!

Er wordt weer heerlijk voor ons gekookt, en er is dus genoeg reden om vaak tegen de koks te zeggen: ‘Chakula kitamu sana!’, ‘Het eten is erg lekker!’


Swahili-les
Een begin maken met het leren van Swahili: dat is waarom we vooral in Iringa zijn. Elke dag hebben we ongeveer vier uur les, drie maanden lang. Na de les vind je jezelf met weer tientallen nieuwe woordjes om uit je hoofd te leren. En, o ja, dan ook nog die oefeningen in het boek. Genoeg dus om een dag te vullen. En vooral heel leuk.
Verder gaan we naar de stad om dingen te kopen en onze nieuwe kennis uit te proberen. Het is erg leuk om te zien hoe snel je in staat bent om met mensen in de stad te praten, te onderhandelen over prijzen, te lachen en vervolgens als vrienden uit elkaar te gaan. Dat komt niet alleen omdat we zulke goede docenten hebben en veel leren. Het komt vooral omdat de mensen hier zo vriendelijk zijn en heel graag met je praten en lachen.

Genoeg voor nu. Volgende keer meer over Swahili en over de kerken die we bezocht hebben!

 

Het is erg leuk om te zien hoe snel je in staat bent om met mensen in de stad te praten, te onderhandelen over prijzen, te lachen en vervolgens als vrienden uit elkaar te gaan… Dat komt vooral omdat de mensen hier zo vriendelijk zijn en heel graag met je praten en lachen.

 

Gebed
Op deze plaats willen we in de toekomst dank- en gebedspunten delen. Niet alleen van/voor ons, maar ook over dingen die we hier zien.

Dank:

  • voor de goede reis,
  • de twee verschillende kerken die we al konden bezoeken: een internationale kerk in Iringa zelf en een Tanzaniaanse kerk even buiten de stad,
  • voor het feit dat we gezond zijn.

Gebed:

  • voor mensen in Tanzania die in de greep zijn van (angst voor) demonen, voodoo, et cetera,
  • voor veel Masai mensen die hier wonen en erg arm zijn,
  • voor blijvende gezondheid en veiligheid.


From Dar to Iringa
We have had a really good orientation period in Dar es Salaam. Apart from what we shared in our last message, we learned a lot of other things:

• How to use a malaria self test.
• How do people here use money and think about money? And how can we get a feel for what is a good way to adapt to this new environment?
• Why do so many people here ask themselves: ‘Who made me sick?’, rather than: ‘What made me sick?’ Why are even Christians sometimes imprisoned by fear for voodoo, demons, etc.?

Last week we travelled to Iringa, 500 kilometres inland from Dar. We hope to stay in Iringa for the next three months, to learn the basics of Swahili.
The first five days of lessons have been intense and very enjoyable. It is great to see how quickly you are able to use Swahili, for example in town, at the market, to bargain about prices. And that is not only because we have such good teachers. The major reason is that people here are so friendly and so happy to have a conversation and have a laugh together.

Karibu sana!

[8 augustus 2014 – for English scroll down]

Misschien is dat wel wat Tanzanianen in de afgelopen week het meest tegen ons gezegd hebben: ‘Karibu sana’, ‘Heel erg welkom’. Welkom in ons land, welkom in ons huis, welkom in onze kerk, welkom in mijn werkkamer… Het is typerend voor de mensen hier: ongekend gastvrij. Blij om gasten te ontvangen in hun land, huis, kerk, etc. En dat merk je!

De cursus
Inmiddels staan we aan het begin van de tweede week in Tanzania. We zijn hier in Dar es Salaam (kortweg Dar) op het hoofdkantoor voor Tanzania en Oeganda. In de afgelopen week hebben we lessen gehad over veiligheid, geschiedenis en politiek van Tanzania, Tanzaniaanse gastvrijheid (samen eten is een van de beste dingen) en veel andere dingen. Dat doen we samen met een groep andere mensen die (gaan) werken in Tanzania en Oeganda.

Dar
Het kantoor en gastenverblijf hier in Dar heeft een omheining, met een poort met 24/7-bewaking. Er wordt heel lekker gekookt voor ons, we hebben schoon water, elektriciteit en zelfs airconditioning. Zolang je dus niet ‘buiten de poort’ gaat, kan je bijna vergeten dat veel mensen hier arm zijn. Het inkomen van iemand met een goedbetaalde baan als bewaker hier in Dar ligt tussen 60 en 100 euro per maand. Een goede baan, en nog in de stad ook. Op het platteland zal het dus nog veel minder zijn. En de levensverwachting in Tanzania? Ongeveer 57 jaar.

Swahili introductie
Pas over twee weken vertrekken we naar de taalschool, maar in de afgelopen week hebben we ook al vijf uur Swahili-les gehad. (Swahili is de nationale taal van Tanzania.) Dit is natuurlijk handig, want dan kunnen we de mensen hier tenminste groeten op de juiste manier. En het lukt zelfs al om in Swahili dingen te kopen en te onderhandelen over de prijs van een ticket (belangrijk hier!).

Over groeten gesproken: de mensen hier zijn heel vriendelijk en voorkomend. Bovendien willen ze anderen niet lastig vallen met hun problemen. Als je hen dus groet met ‘Habari za asubuhi?’, ‘Hoe gaat het vanmorgen?’, dan zullen ze vrijwel altijd antwoorden met ‘Nzuri’, ‘Njema’ of ‘Salama’: Goed!

‘Maar wat dan als je ziek bent’, vroegen we onze leraar.
‘Ook “Nzuri”.’
‘Maar is er dan een antwoord voor als het niet goed met je gaat?’
‘Jawel, maar dat wordt haast nooit gebruikt. Pas als het dorp in brand staat, is er een reden om te zeggen: ‘Mbaya!’, ‘Vreselijk!’

Tortilla’s en bajaj’s
Naast de dagelijkse lessen in het klaslokaal doen we ook andere dingen. Op woensdagavond waren we te gast bij een Zuid-Afrikaanse vrouw hier in Dar. Zij heeft haar eigen Mexicaans restaurant aan huis en leerde ons hoe we zelf tortilla’s kunnen maken én bakken. Veel mensen hier in Tanzania eten chapati’s bij de thee of bij het avondeten. Deze chapati’s lijken veel op tortilla’s, ze zijn alleen iets dikker. Nu kunnen we dus zelf onze eigen chapati’s of tortilla’s maken!

Een andere avond waren we te gast bij een Tanzaniaans gezin. De vrouwen van het gezin hadden een complete en heerlijke maaltijd voor ons klaarstaan. Zo gastvrij! We brachten de avond door met genieten van gesprekken en het eten. Met op de achtergrond: de vriendschappelijke wedstrijd Arsenal-Monaco (voor de geïnteresseerden: Monaco won met 1-0).

Veel mensen die geen auto hebben in Dar nemen (als ze het kunnen betalen) een bajaj. Dit is een motorvoertuigje dat veel weg heeft van een riksjah (vaak beter bekend) en waar je met max. drie personen in kunt. Dit moesten wij natuurlijk ook proberen! En wel om bij een restaurantje te komen waar we gingen lunchen. Het handige is dat jij niet de bajaj hoeft te vinden maar dat de bestuurder van de bajaj jou wel vindt. Je kunt gewoon langs te weg gaan staan en vaak hoef je maar een halve minuut te wachten. Dan is het zaak dat je een goede prijs afspreekt en instappen maar. Het is een geweldig vervoermiddel. Je zit als het ware buiten dus kunt alles goed zien. En snel: de bajaj kan namelijk overal tussendoor!


First message from Dar es Salaam, Tanzania
It have been exciting times here! We are now in the middle of three weeks of orientation in Dar-es-Salaam. We are staying at the guesthouse and office of the Uganda-Tanzania Branch. The orientation involves lessons about health and safety, history and politics of Tanzania, working in multicultural teams, food and cooking, etc.

In two weeks we hope to be heading to Iringa, where we will be at a Swahili language school. But as part of the introduction we already had a short introduction into Swahili, Tanzania’s national language. It was really helpful to learn greetings, numbers, a list of verbs etc. It helped us for example to bargain about a ticket for the bajaj, one of the many forms of public transport here.

Apart from studying Swahili and hearing about and discussing different topics, we also had chances to experience the culture and go out into the city: we had a chapatti (a staple diet here) making ‘lesson’, took a bajaj to a local restaurant, visited a small island close to the mainland and attended church services.